Kunst is niks mystieks. Het is gewoon onderdeel van het leven' – Nathalie Du Pasquier

Tekst: Helena Strängberg Velardi. Foto's: Piotr Niepsuj.

In de vroege jaren 80 was de Franse Nathalie Du Pasquier een van de jonge oprichters van de Memphisgroep in Milaan. Vanaf hun baanbrekende debuut in 1981 tot aan het uiteenvallen van de groep in 1987 werkte Nathalie als ontwerper van textiel, kleden, plasticlaminaten, meubels en andere objecten. De patronen die ze ontwierp waren een explosie van kleuren in een mengvorm van geometrische en organische vormen, en kenmerkend voor de stijl van de groep.

In 1987 begon Nathalie met schilderen, eerst met acrylverf en daarna olieverf, en hield zich steeds minder bezig met ontwerpen. In de loop van drie decennia heeft ze tekeningen, textiel, sculpturen en schilderen geproduceerd. In het begin hadden haar tekeningen een naïeve uitstraling. Later beeldde ze met haar schilderwerk ruimtes en oppervlakken uit, iets wat ver af stond van haar eerdere werk. De kleuren veranderden van de felle, harde tinten in de vroege tekeningen en patronen in een zachter, natuurlijker palet. Ze begon met stillevens van objecten, boeken, serviesgoed en keramiek, waarin ze speelde met de perceptie van oppervlakte en diepte door met water gevulde glazen het perspectief te laten verstoren. 

Helena Strängberg Velardi sprak met Nathalie in haar lichte, ruime atelier in het centrum van Milaan over waar je de grens trekt tussen kunst en design, het gebruik van de technieken van de Memphisgroep in andere projecten en de menselijke neiging tot het ordenen van voorwerpen.

VROEGE JAREN

Je bent geboren en opgegroeid in Bordeaux maar reisde al vroeg de wereld rond, bijvoorbeeld naar Gabon en andere Afrikaanse landen. Hoe kwam je daar terecht?

Het was puur toeval. Mijn toenmalige vriend en ik hielpen een paar mensen om een zeilboot van Frankrijk naar hun huis in Gabon te brengen. Die reis duurde twee maanden en ik was non-stop zeeziek. Ik zwoer dat ik nooit meer zou zeilen, ondanks dat de reis echt geweldig was. Gabon was zo anders dan Frankrijk, in ieder geval in 1976. Ik vond het ontzettend interessant. Eigenlijk is mijn leven in tweeën geknipt door die reis, ik had een leven ervoor en een ander leven erna. Anderen gingen naar de universiteit en ik ging naar Gabon. Ik vond mezelf als behoorlijk volwassen, maar ik was natuurlijk nog erg jong.

Je hebt maar kort, in totaal drie maanden, gestudeerd aan de Ecole des Beaux Arts in Bordeaux. Waarom stopte je daarmee?

Ik wilde eigenlijk helemaal niet studeren en vond dat reizen me meer ervaring zou opleveren dan de universiteit. Dus ging ik op reis en werkte ik tussendoor om verder te kunnen reizen. Ik had nauwelijks bagage en geen camera, en ik was continu aan het observeren. Daardoor zijn bepaalde dingen echt in mijn geheugen gegrift. Het was net alsof ik naar school ging maar lessen kreeg in esthetiek en wat het betekent om mens te zijn. In Frankrijk is men erg academisch ingesteld, mensen hebben vertrouwen in de scholen en de manier waarop dingen worden gedaan. Dat paste gewoon niet bij me.

Je hebt veel gereisd en settelde uiteindelijk in Milaan. Ga je er nog steeds graag op uit?

Als mijn werk me ergens brengt, kan ik daar echt van genieten. Maar ik vind het nu ook heerlijk om op mijn plek thuis te blijven.

'In mijn atelier geniet ik het meest.'

Hoe kwam je in Milaan terecht?

Ik ging in 1979 naar Milaan nadat ik een tijd als au pair had gewerkt in Rome. Maar die stad was ik zat. Milaan vond ik geweldig. Destijds paste het binnen het beeld dat ik had van Oostenrijk, hoewel dat eigenlijk niet klopt. Al snel kwam ik Martine Bedin tegen, die ik nog kende van vroeger uit Bordeaux. Zij hield zich toen al bezig met design en architectuur. Ik ging met haar naar een feest en kwam in contact met haar vrienden. Zo ontmoette ik George Sowden en allerlei andere mensen waarmee ik sindsdien contact heb. Iedereen die later in de Memphisgroep zat was daar, iedereen die iemand was in Milaan was op dat feest. George was degene die voorstelde dat ik wel stoffen kon ontwikkelen op basis van mijn tekeningen.

Wat heeft de Memphisgroep voor je betekent, wanneer je er nu op terugkijkt?

Iedereen in de groep wilde meubels laten maken, dus er werden het hele jaar door nieuwe meubelprojecten voorgesteld.

'De Memphisgroep gaf mij de kans om mijn ideeën te realiseren. Ik kon alles doen dat ik kon bedenken, zoals het mixen van materialen en kleuren en het drukken van speciale stoffen en limited editions van plasticlaminaten.'

Tussen 1981 en 1987, vanaf de eerste tot de laatste tentoonstelling van de Memphisgroep, kon ik mijn werk tussen dat van de rest van de groep tonen. Het waren allemaal werken die we afzonderlijk hadden gemaakt en die we vervolgens als groep selecteerden. Dat deden we in ellenlange vergaderingen en felle discussies ergens in een trattoria. Door de manier van ontwerpen in die jaren ben ik mezelf gaan zien als designer. Later kwam ik erachter dat het geen normale gang van zaken was. Er waren nooit opdrachtgevers bij onze vergaderingen, die werden er nooit bij betrokken en niet eens genoemd. Ik heb die zogeheten Memphismethode, het niet nadenken over de klant, bij veel van mijn samenwerkingen toegepast, maar dat heeft niet altijd goed gewerkt.

Sommige van de stoffen die je ontwierp in die jaren doen me denken aan wat je ziet als je door een microscoop kijkt. Hebben biologie of de natuur invloed gehad op je werk?

Ik mijn vroege patronen kun je wel wat biologische structuren herkennen, maar ik kan niet zeggen dat de biologie mijn werk heeft beïnvloed. Aan het begin van de jaren 80 ontdekte ik van alles, doordat ik geïnteresseerd was in design. Ik hield mijn ogen open en keek naar alles dat er was gebeurd aan het begin van de twintigste eeuw in Europa. De Wiener Werkstätte, William Morris, Kolo Moser, de moderne vormen van het vroege Bauhaus, ambachten en technologie.

Hoe is het zo gekomen dat je van het ontwerpen van textielpatronen bent overgestapt op schilderen?

Eind jaren 70 begon ik met het ontwerpen van stoffen. Dat was eigenlijk toeval en het resultaat van het advies en voorbeeld van George. Met dat werk kon ik al vrij snel mijn brood verdienen. George gebruikte een paar van mijn ontwerpen voor zijn projecten voor de eerste tentoonstelling van de Memphisgroep. Een jaar lang ontwierp ik in de ochtend en schilderde ik 's middags, maar ik realiseerde me dat ik moest kiezen. In 1986 ben ik me helemaal op de schilderijen gaan focussen.

KUNST

Maak jij onderscheid tussen kunst en design?

Destijds deed ik dat zeker, mede omdat ik was begonnen met olieverf. Die verandering van medium veranderde alles, en ik wilde graag schilder zijn. Ik weet nu niet meer zo zeker of het belangrijk is, maar toen was het heel belangrijk voor me om me te concentreren op die nieuwe bezigheid en niet meer als designer bezig te zijn.

Wat vind je van de hedendaagse kunstwereld?

Het vervelende aan de kunstwereld is die mythe dat kunst zo waardevol is en dat het daardoor zo ontzettend duur moet zijn. Kunst is gewoon iets dat je doet. Uiteindelijk is het maken van een schilderij niet meer waard dan het bedenken van een patroon of het maken van een kleed. Kunst is niks mystieks. Het is gewoon onderdeel van het leven. Het hoeft allemaal niet zo ingewikkeld en duur te zijn.

Je bekendste werken zijn tekeningen en schilderijen, maar je werkt ook met driedimensionale objecten. Kun je daar wat meer over vertellen?

Al mijn stillevens maak ik met het onderwerp voor me. Vaak zijn dat kleine bouwsels die ik zelf maak. Een aantal van die objecten wilde ik op een gegeven moment bewaren, in plaats van hergebruiken of weggooien. Ik beschouwde ze niet meer alleen als modellen. Zo is het begonnen. Bij schilderen draait het er bij mij om dat ik iets weergeef. Ik begon verzamelingen van objecten samen te stellen. Die konden abstract zijn, maar ik liet ze zien met mijn schilderwerk. Mijn werk bestond uit twee delen, eerst het bouwen van de compositie en vervolgens het schilderen daarvan.

In je schilderij van de Raami collectie van Jasper Morrison, dat je maakte voor Iittala, zijn de glazen, kopjes, de karaf en de schaal zorgvuldig gearrangeerd, maar toch komen ze tot leven. We zien bijvoorbeeld abrikozen en paprika's in een schaal. Is dat een setting die we bij jou in de keuken zouden tegenkomen?

Met een arrangement haal je niet het leven uit je objecten. Bij de Raami collectie is het arrangement heel simpel. Zo kan het eruit zien in iedere kast in ieder huis, ook bij mij. Bovendien is de neiging om objecten te ordenen heel menselijk.

Raami karaf 1 l helder
Raami karaf 1 l helder
79.92 € 99.90 €
Raami serveerschaal 3,4 l / 29 cm wit
Raami serveerschaal 3,4 l / 29 cm wit
79.90 €
Raami glas 26 cl mosgroen 2 stuks
Raami glas 26 cl mosgroen 2 stuks
22.90 €
Raami plat bord 27 cm wit
Raami plat bord 27 cm wit
24.90 €

Hoe ging het schilderen van de Raami collectie in zijn werk? 

Samen met Jasper besloten we dat we zoveel mogelijk objecten wilden in een vierkant formaat. Daarvoor hadden we twee niveaus nodig, dus ik heb ze op boekenplanken in mijn atelier gezet. Maar omdat de compositie een beetje kleurloos was, heb ik die paprika's en abrikozen erbij gelegd.

Alledaagse objecten vormen een terugkerend thema in je werk, zoals serviesgoed. Hoe zijn die glazen, kopjes, vazen en keukenbenodigdheden in je kunst terechtgekomen?

Het is het eenvoudigste om gewoon te gebruiken wat ik in mijn atelier heb staan. Ik ben geïnteresseerd in de relaties tussen dingen, en huishoudelijke objecten zijn pretentieloos en in grote hoeveelheden beschikbaar.

Hoeveel is toeval en hoeveel is vooraf gepland bij je arrangementen voor stillevens?

De eerste stap in het geheel is de installatie van het onderwerp. Het schilderij is het resultaat van wat ik voor me zie, een hele traditionele manier van schilderen dus. Wat dat betreft kun je wel zeggen mijn schilderijen vooraf gepland zijn.

Hoe belangrijk is de compositie voor je?

Ik vind het prettig om dingen te ordenen, zo zit ik in elkaar. Het is het zoeken naar een harmonieus geheel en helemaal instinctief. Ik denk er niet over na. Hetzelfde geldt voor kleuren.

Ik heb pas weer eens het geweldige boek 'Arranging Things' gelezen, dat is geschreven door Leonard Koren en geïllustreerd met jouw schilderijen. Eigenlijk impliceert Koren dat het lijkt alsof de objecten die je weergeeft willekeurig zijn gekozen. Zijn de objecten die je schildert op zichzelf van belang, of zijn ze slechts deel van het geheel? Heeft een glas betekenis, of kan het worden vervangen door ieder ander cilindervormig object?

Wat mij interesseert zijn objecten, kunstmatige dingen, de manier waarop het licht erop valt en hoe ze een schaduw werpen. Het weergeven van hun transparantie en reflecties. Dat kan ik niet veranderen. Als ik zou besluiten om eenvoudige vormen te schilderen die geen alledaagse, herkenbare objecten zijn, dan is dat een keuze die ik vanaf het allerbegin moet maken. Maar ik zou ze precies zo weergeven als de andere objecten.

Koren schrijft ook dat '[het] arrangeren van objecten is niet alleen een vorm van esthetische expressie, maar ook een vorm van communicatie'. Dus volgens Koren heeft het arrangement zelf een betekenis. Hoe zie jij dat?

Er is geen betekenis of filosofische gedachte die ik met mijn schilderijen wil overbrengen. Bij de Memphisgroep heerste het idee dat design een vorm van communicatie is. Dat was het postmoderne tijdperk, waarin vorm en functie niet per se aan elkaar gelinkt waren.

Welke rol speelt schoonheid in je werk?

Natuurlijk is mijn doel een zeker schoonheid en harmonie, maar dat kun je niet plannen. Het gebeurt of het gebeurt niet. Daar zijn geen regels voor.

Veel van je schilderijen bevatten heel sterke kleuren, maar soms zijn de tinten ook weer zachter. Hoe belangrijk is kleur in jouw werk?

'Mijn gebruik van kleur is essentieel maar volledig instinctief. Daar is niks wetenschappelijks aan!'