Op zoek naar de ziel van Ultima Thule

Tekst: Alice Rawsthorn. Fotografie: Anton Sucksdorff.

Het budget voor het Finse paviljoen voor de Triënnale van Milaan in 1951 was zo klein, dat er geen mensen konden worden ingehuurd om het op te bouwen. De ontwerper ervan, Tapio Wirkkala, kon niet anders dan die klus zelf aanpakken samen met zijn timmerman. Toen hij op een ochtend arriveerde, had iemand de troostende woorden 'Viva Finlandia' in het stof op een ruit geschreven.

In 1951 worstelde Finland nog met het trauma en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Wirkkala zag de Triënnale van Milaan, destijds de meest prestigieuze designexpositie ter wereld, als een geweldige kans. Finland moest opnieuw op de kaart worden gezet, als bakermat van een nieuwe moderne ontwerpstijl die niet alleen was gebaseerd op modernistische principes, maar juist ook op de ambachtelijke tradities en natuurlijke schoonheid van het land.

Zijn strategie bleek zeer succesvol; niet alleen voor Finland en de rest van Scandinavië, maar ook voor hemzelf. Met het Finse paviljoen toonde Wirkkala zich een begaafde, charismatische en vindingrijke pionier van een vriendelijkere, subtielere en natuurlijkere interpretatie van het modernisme. In een wereld die in het teken stond van de Koude Oorlog en de atoomdreiging bleek deze interpretatie uitermate populair.

Het was niet de eerste keer dat modern Fins design internationale bekendheid verwierf. Architect Alvar Aalto deed dat al in 1933 met zijn meubelen van berkenmultiplex voor het Londense warenhuis Fortnum & Mason's. Zijn ontwerpen waren zo populair dat Engeland zijn grootste afzetmarkt werd. Zelfs de progressiefste Britten vonden de gewelfde vormen en natuurlijke materialen aantrekkelijker dan de geometrische vormen en het koude glas en metaal dat door veel Europese modernistische designers werd gebruikt.

Diezelfde gevoelens speelde een rol toen Wirkkala in 1951 zijn debuut maakte in Milaan. In het naoorlogse tijdperk wantrouwden mensen technologie, maar ze hadden ook behoefte aan een nieuwe levensstijl. De oorlog had ervoor gezorgd dat ook vrouwen konden gaan werken, omdat hun mannen werden opgeroepen voor militaire dienst. Maar ook voor mannen ging een nieuwe wereld open; sommigen van hen verlieten hun geboorteplaats voor het eerst in hun leven en ontmoetten mensen met allerlei achtergronden. Er was een behoefte ontstaan aan iets nieuws – maar niet al te nieuw. 

De zorgvuldig gefabriceerde houten en glazen objecten van Finse makelij op de witte wanden van het paviljoen ("sober en eenvoudig, in plaats van smakeloos opgesmukt", aldus Wirkkala) pasten perfect bij dit gevoel. Wirkkala won een Grand Prix op de Triënnale en zijn berken plateau werd 'het mooiste object ter wereld' genoemd door het Amerikaanse tijdschrift House Beautiful. Gio Ponti, hoofdredacteur van het invloedrijke Italiaanse designtijdschrift Domus, besteedde 14 pagina's aan het Finse paviljoen. Het werk van Wirkkala werd meerdere keren gepubliceerd in Domus, dat in belangrijke mate bijdroeg aan de bekendheid van zijn werk. 

In 1954 werd Wirkkala gevraagd als curator van het Finse paviljoen voor de volgende Triënnale van Milaan. In datzelfde jaar werd hij artistiek directeur van Iittala. Zijn werk was inmiddels al in West-Europa en Noord-Amerika te zien geweest op reizende tentoonstellingen over Scandinavisch design. De kritieken waren vooral lovend over de warmte, het comfort en de bescheidenheid van de ontwerpen. Andere designers profiteerden daar ook van, zoals Wirkkala's landgenoot Kaj Franck en de Denen Arne Jacobsen, Poul Henningsen en Hans Wegner. Maar Wirkkala nam het voortouw met zijn krachtige persoonlijkheid en de romantische verwijzingen naar de folklore, natuur en het ijzige klimaat van Finland in zijn werk.

In 1955 ging Wirkkala naar New York om te gaan werken voor Raymond Loewy, de beroemdste industrieel ontwerper van die tijd. Wirkkala greep de kans om te leren over industrieel ontwerp en massaproductie met beide handen aan, want in Finland bestonden die niet op een dergelijke schaal. Hij was vooral geïnteresseerd in de technische innovatie die plaatsvond in de VS, op het gebied van productieprocessen en modelleringstechnieken.

Na zijn terugkeer naar Finland verdeelde Wirkkala zijn tijd tussen zijn studio in Helsinki en een kleine woning met werkplaats in de afgelegen streek Inari in Noord-Lapland. In de vredige rust van Lapland kon hij bijkomen van zijn vele reizen en had hij de "afstand om te denken en me te concentreren", zoals hij het zelf stelde.

Het Ultima Thule glaswerk dat hij in de jaren 60 voor Iittala ontwierp, demonstreerde zijn relatie tot de natuur op sublieme wijze. Ultima Thule is een opvallende en meteen herkenbare uitbeelding van druipende ijspegels in het Lapland waar hij zo van hield. Wirkkala besteedde duizenden uren aan het perfectioneren van een grafieten mal waarmee hij het gecompliceerde effect kon maken. De mallen en prototypen werden per boot vervoerd van de glasfabriek van Iittala naar zijn werkplaats in Inari, die niet over land bereikbaar was.

Het oorspronkelijke Ultima Thule glaswerk was niet alleen betaalbaar, maar werd ook op grote schaal verkrijgbaar toen hij het design aanpaste voor een fles die van 1970 tot 2000 werd gebruikt door het wodkamerk Finlandia. Daarmee benadrukte hij de democratisch denkwijze die zo essentieel is voor de internationale aantrekkingskracht van Scandinavisch design. Toen in de jaren 2000 Scandinavische tv-series populair werden, zagen Britse en Amerikaanse kijken tot hun verbazing dat de Jacobsen-stoelen en Henningsen-lampen die zij als elitair beschouwden, ook in de huizen van de gewone man aanwezig waren.

De kwaliteiten van warmte, inclusiviteit, natuurlijkheid, vakmanschap en authenticiteit hebben sindsdien de basis gevormd voor de populariteit van Scandinavisch design. Een ook nu zijn ze weer extra aantrekkelijk, in een tijd waarin mensen zich zorgen maken over klimaatverandering, misstanden bij bedrijven, de kloof tussen rijk en arm, de vluchtelingencrisis, de gevolgen van nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie en de opkomst van politieke extremisme in het tijdperk van Trump, Poetin en Erdogan. 

En ook nu gaan Scandinavische designers daar op ingenieuze manieren mee om; denk aan de gebruikersgerichte architectuur van Snøhetta in Noorwegen, de weergaloze Deense houten meubelen van Cris Liljenberg-Halstrøm en de datavisualisaties op de Finse site Lucify die ons de ernst van de vluchtelingencrisis doen inzien. Hoe uiteenlopend deze voorbeelden ook zijn, ze delen de menselijke kwaliteiten die Ultima Thule en ander Scandinavisch design als zo lang zo inspirerend maken.