Uitvinden, verbeteren, genieten

Tekst: Elna Nykänen Andersson. Fotografie: Fanny Hansson.

Een voormalige garage in het Södermalm-district in Stockholm functioneert als de studio van Matti Klenell, die bekend is om zijn kenmerkende glaskunst en ontwerpt voor grote namen als Iittala, Moooi en Källemo. Hier kan de designer in alle rust experimenteren wanneer hij niet op een van zijn vele reizen is. We spraken met Klenell over creativiteit, inspiratie en zijn meest ambitieuze project ooit, het nieuwe restaurant van het pas gerenoveerde Zweedse Nationalmuseum. Zijn bericht leest als een soort gedicht:

Heleneborgsgatan 38 is het adres
Een poort in het straatje tussen 34 en 40
Vlak naast Söder Mälarstrand
Een verdieping omlaag, groene deur
Kloppen
Welkom

Zulke literaire e-mails krijgen we helaas maar zelden. Maar eigenlijk verbaast het ons niet, want deze is afkomstig van Matti Klenell. Hij groeide op in het kleine plaatsje Edsbjörke in het westen van Zweden en droomde ervan journalist te worden. 'Ik was gek op schrijven en verhalen vertellen', vertelt hij. Dat moge duidelijk zijn, want Klenell is een relaxte en vlotte prater vol anekdotes, die zijn gedachten moeiteloos onder woorden brengt. En toch liep het allemaal anders. Tegenwoordig zijn glas, hout en aluminium zijn instrumenten in plaats van woorden, maar desondanks blijft hij verhalen vertellen. Als Klenell een glas schetst, tekent hij niet alleen maar het glas. Hij tekent een volledig gedekte tafel of iemand in een restaurant met het glas in de hand. Dat geeft het object een context en atmosfeer die vaak terug te vinden zijn in het uiteindelijke ontwerp.

We bezoeken de studio van Klenell, een voormalige garage die hij deelt met een aantal andere designers. De in een casual broek en overhemd geklede Klenell doet voor ons open; we horen Puccini op de achtergrond. Bij ieder ander zou het pretentieus kunnen overkomen, maar bij Klenell is het puur natuur. Hij groeide op in een huis vol cultuur; zijn ouders waren kunstenaars en hij werd vernoemd naar een personage in Meneer Puntila en zijn knecht Matti, een toneelstuk van Bertold Brecht. Hij leidt ons rond en verontschuldigt zich voor de rommel. Maar voor ons als buitenstaanders is wat hij rommel noemt fascinerend. De ruimte is gevuld met prototypen van stoelen, tafels, dienbladen en lampen en we moeten de neiging onderdrukken om alles aan te raken en te onderzoeken. Het is een ruimte waarin wordt gewerkt, maar die ook gelegenheid biedt om te ontspannen.

Kun je me vertellen wat je allemaal doet in deze studio?
Ik werk hier sinds 2004. We hebben een atelier voor het maken van prototypen. We testen hier van alles en bouwen ook veel modellen. We moeten soms zelf wel lachen om het feit dat hier niets af is, en niets bruikbaar. Het is dus eigenlijk een volledig disfunctionele ruimte. En de afgelopen jaren was het een gekkenhuis door mijn werk met het Nationalmuseum, een gigantisch project met veel werk op allerlei locaties. En dat is een van de kenmerken van dit beroep, het vele reizen. De studio is mijn uitvalsbasis en bijna een tweede thuis.

Hoe ben je ontwerper geworden?
Oorspronkelijk wilde ik journalist worden. Mijn ouders werkten allebei als glaskunstenaars en dat wilde ik dus zeker niet. Maar ik kon wel goed tekenen, wat misschien niet zo gek is als je twee van die kunstzinnige ouders hebt. Ik vond het in ieder geval heel normaal. Uiteindelijk heb ik me aangemeld voor een architectuuropleiding, maar daar werd ik niet aangenomen. Ik was wel enorm geïnspireerd door het grote betonnen schoolgebouw. Iedereen vond dat het lelijkste pand van Stockholm, maar ik vond het mooi. Toen realiseerde ik me dat ik daar wel iets mee kon. Later kwam ik in aanraking met designers en werd ik aangenomen bij de kunstacademie. Dat was perfect voor mij. Het hield het midden tussen architectuur en design.

Wat zijn de belangrijkste mijlpalen in je carrière?
Heel belangrijk voor mij was het moment dat Tom Hedqvist (de voormalige directeur van Beckmans Hogeschool voor design) mij belde en vroeg of ik hoofdonderwijzer wilde worden. Ik was pas 27, maar hij zocht juist een jong iemand. Het was heel goed om die verantwoordelijkheid te hebben, en het gaf me een identiteit. Bovendien kon ik daar parttime werken, zodat ik daarnaast in mijn eigen studio aan de slag kon. Toen begon ik mijn eigen dingen te ontwerpen.

Op professioneel gebied is ook Iittala heel belangrijk geweest voor me. Na een tentoonstelling van mijn glaswerk in 2011 vroeg Iittala of ik vogels voor ze wilde ontwerpen. Het liep eigenlijk heel raar. Mijn interesse voor decoratief glaswerk was gewekt en ik bestudeerde presse-papiers en Venetiaanse souvenirs en beeldjes, en kwam zo bij de vogels van Iittala terecht. Voor mijn onderzoek was ik naar een winkel in Stockholm gegaan en had ik ze gefotografeerd. En een week later komt de e-mail van Iittala binnen! Dat leek voorbestemd. Daarvoor had ik wel met glas gewerkt en op kleine schaal producten ontworpen, maar ik kwam er zelf eigenlijk niet verder mee. Bij Iittala kon ik die interesses combineren.

Hoe wek je je creativiteit op?
Ik voel me nooit creatief geblokkeerd. Ik vind ontwerpen nu eenmaal heerlijk, vooral het uitwerken van ideeën. Meestal ga ik met de opdrachtgevers om tafel zitten om uit te zoeken wie ze zijn, waarmee ze hulp nodig hebben en wat ik kan bijdragen. Mijn vormtaal kan verschillen, afhankelijk van met wie ik werk, maar ik denk dat mijn karakter en persoonlijkheid altijd zichtbaar zijn. 

Ik haal veel inspiratie uit boeken, vooral boeken over design en romans. Kijken naar afbeeldingen is belangrijk. Door een roman te lezen kan ik me ontspannen, zodat ik niet continu alert hoef te zijn. Ook de archieven van een bedrijf zijn een inspiratiebron, want het is interessant om die te gebruiken of ernaar te verwijzen. En natuurlijk haal ik veel inspiratie uit mijn reizen, vooral naar Taiwan. Ik ben er acht keer geweest, in het kader van een project genaamd A New Layer. Dat land is geweldig inspirerend. Het is een soort kruising tussen Japan en China en een interessante culturele tegenhanger van Zweden.

Maar ik vind Helsinki ook te gek, daar zou ik wel kunnen wonen. Het is echt een hoofdstad: statig, trots en met een heftige geschiedenis. Als Zweed ben ik altijd gefascineerd door de Zweedse taal die in Helsinki de kop op steekt als gevolg van de historische band van de twee landen. Ik heb zelf altijd een verwantschap gevoeld met Finland door mijn Finse naam, maar ik ben er pas voor het eerst geweest toen ik al volwassen was. Mijn zoontje van achttien heet Jussi, wat ook een klassieke Finse naam is.

Nappula kaarsenstandaard 183 mm aqua
Nappula kaarsenstandaard 183 mm aqua
39.90 €
Nappula kaarsenstandaard 107 mm mosgroen
Nappula kaarsenstandaard 107 mm mosgroen
36.90 €
Nappula kaarsenstandaard 183 mm roestvrij staal
Nappula kaarsenstandaard 183 mm roestvrij staal
56.90 €
Nappula kandelaar set 107 mm / 183 mm wit 2 stuks
Nappula kandelaar set 107 mm / 183 mm wit 2 stuks
76.00 €
60.80 € Voor Myiittala leden

Hoe ziet je werkproces eruit?
Ik vind het prettig om dingen met de hand te schetsen. Dat doe ik met een context. Als ik aan een kopje werk, teken ik de hele kamer eromheen of de persoon die het vastheeft. Daarmee probeer ik het formaat en de kleur te bepalen. Pas dan gebruik ik de computer. Sinds een tijdje heb ik ook een 3D-printer. Die is erg handig om de vorm te vinden en kan je een hoop tijd besparen. Daarna maak ik prototypes, die zijn in de eerste instantie vaak nogal lomp en nog lang niet af. Dan is het een kwestie van uitproberen, zoeken naar de juiste kleur, vorm en goede leveranciers.

Soms is het eindresultaat niet wat je had verwacht, en dat kan best eng zijn. Als designer heb ik een bepaalde verantwoordelijkheid, en daar hoort bij dat je soms op de rem moet trappen of een project zelfs helemaal moet stoppen. Als iets niet werkt, moet je daar open over zijn. Ik denk dat ontwerpers in Finland een betere positie, maar ook meer verantwoordelijkheden hebben dan in Zweden. De werkomgeving is heel anders.

Welke rol spelen kleuren in je ontwerpen?
Ik vind mezelf wel een zwart-witpersoon. Ik schets liever dan dat ik schilder. Maar ik ben ook geïnteresseerd in en gevoelig voor materialen, en daarbij gaat het juist om tinten en kleuren. En bij glas waren het de kleuren die mijn aandacht trokken. Het is zo geweldig om te experimenteren met kleuren in glas. Daarom denk ik dat ik op mijn plaats ben in bij Iittala, want geen enkel ander bedrijf biedt zoveel ruimte voor experimenten. Ik wou alleen dat ik het vaker kon doen.

Hoe zag je ontwerpproces voor het Nationalmuseum eruit? Dat is tenslotte een nogal iconisch gebouw in Stockholm.
Ik werd gebeld door het museum naar aanleiding van A New Layer. Ze vertelden over de renovatie en dat ze iets nieuws wilden doen met het restaurant, omdat dat tegenwoordig belangrijk is voor een museum. Ze wilden er een groep ontwerpers bijhalen om samen het eindresultaat te creëren. Ik had voor A New Layer samengewerkt met TAF, Carina Seth Andersson en Stina Löfgren, dus mijn insteek was dat ik kon bijdragen als deel van die groep, met alle aanwezige competenties. TAF voor het productdesign en de architectuur, Carina met haar glasdesign en Stina met haar illustraties. Onze ideeën over de ruimte waren vergelijkbaar. Het restaurant moest de gasten een beetje 'opvoeden' en het ontwerpproces laten zien, zonder overheersend te zijn.

We reisden rond in Zweden, op zoek naar het verhaal achter het hedendaagse industrieel ontwerp, zodat we dat in het museum konden laten zien. Alle objecten in het restaurant zijn dan ook nieuwe ontwerpen, ruim tachtig producten van ongeveer dertig ontwerpers. Onze ambitie was om bezoekers te laten zien hoe dingen worden gemaakt, om nieuwe soorten producten te tonen en werk van zowel jonge als gevestigde producenten.

Veel van de items zijn in Scandinavië gemaakt, maar niet alles, want helaas zijn veel fabrieken inmiddels gesloten. Tegenwoordig zijn dit soort producten vaak een combinatie. De rieten stoelen die ik heb ontworpen voor het restaurant zijn een goed voorbeeld: ze worden vlakbij gemaakt, in de binnenstad van Stockholm, maar het materiaal komt uit Indonesië.

Als je terugdenkt aan je ervaring met zo'n omvangrijk designproject, wat denk jij dan dat goed design is?
Voor mij persoonlijk heb ik een manier om te beoordelen of iets goed is of niet. Het gaat erom of ik iets vernieuwends heb gedaan of iets heb verbeterd in vergelijking met bestaande producten. Er zijn al zoveel producten dat het niet nodig is iets nieuws te maken tenzij dat beter, gebruiksvriendelijker, duurzamer of beter stapelbaar is. Iets dat het product noodzakelijker of interessanter maakt. Wanneer je op een hele specifieke locatie werkt, zoals het Nationalmuseum, hoef je niet per se iets te verbeteren. Dan gaat het erom dat je iets relevants doet en het interessanter maakt.

Waarom heb je ervoor gekozen om in Stockholm te werken in plaats van Göteborg of Kopenhagen, waar je ook hebt gewoond?
Ik heb in Stockholm gestudeerd en heb hier mijn sociale netwerk opgebouwd. Het is een goede uitvalsbasis. Soms denk ik wel dat het overal ver vandaag ligt, maar de stad trekt me toch. Dat komt door de schoonheid en luchtigheid van de stad en het open uitzicht over water. Ik vind het elke keer weer moeilijk om Stockholm te verlaten.